Vakken in de brugklas


Het grote verschil tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs is het huiswerk. Elke dag opnieuw moet een leerling in het voortgezet onderwijs 5, 6 of 7 vakken voorbereiden voor de volgende dag. Veel van het werk is op school al te doen in de fase ‘zelfstandig werken’ van het Vlietland Model.

Hoe meer op school gedaan wordt, des te minder blijft er over voor thuis. Daarom spreken we liever van ‘schoolwerk’ i.p.v. ‘huiswerk’.

Hieronder staan alle vakken die in de brugklas gegeven worden. Klik op het betreffende vak voor meer informatie.

  1. Nederlands  
  2. Engels
  3. Frans
  4. Geschiedenis
  5. Aardrijkskunde
  6. Wiskunde
  7. Biologie
  8. Goddienst/levensbeschouwing
  9. Muziek
  10. Tekenen
  11. Techniek
  12. Lichamelijke opvoeding
  13. Informatiekunde
  14. Drama