Interview

Juni 2016

 

Drie ‘babyboomers’ verlaten de school

‘Het Vlietland College redt het ook zonder ons wel’


Fred Veldman, Nico van der Meer en Yolanda Smit, aan het einde van dit schooljaar nemen ze alle drie afscheid van het Vlietland College. Na zo’n 40 dienstjaren bereikten ze de pensioengerechtigde leeftijd. Drie ‘babyboomers’ verlaten de school. Een gesprek over het begin, herinneringen, hoogtepunten, zorgen, de toekomst en meer. Maar eerst even voorstellen:

De ‘jongste’ van de drie is Fred Veldman (64), docent Natuurkunde en Wiskunde. Hij begon zijn loopbaan in 1976 op een middelbare school in Tiel. In 1979 trok hij naar Voorschoten om les te gaan geven aan het Lucas College dat later samen met De Vlietschans het Vlietland College werd. Hij is getrouwd, vader van 4 kinderen en grootvader van 9 kleinkinderen.

Yolanda Smit (65, ongehuwd, woonachtig in Voorschoten) is classica. Sinds 1976 werkt ze bij het VLC en haar voorlopers. Eerst doceerde ze alleen Latijn. Later haalde ze een bevoegdheid Nederlands en gaf ze ook in dat vak les. Geruime tijd was ze binnen de school bovendien afdelingsleider in de bovenbouw van het VWO.

Nico van der Meer (65, gescheiden, 3 dochters, woonachtig in Voorschoten) tenslotte ging in 1975 in Rotterdam als Wiskundedocent van start. Zonder didactische vaardigheden, zo vertelt hij. En daardoor met de nodige ordeproblemen. Die waren echter verdwenen toen hij drie jaar later ‘opnieuw’ begon, bij wat toen nog De Vlietschans heette. In 2001 behaalde hij een 1e graads bevoegdheid Informatica en was vanaf 2004 uitsluitend in dat vak actief.

Nico had nog wel even willen doorgaan, meldt hij desgevraagd. Voor Yolanda geldt hetzelfde. ‘Het wordt eigenlijk steeds leuker’, zegt ze. ‘Ja, ik weet zeker dat ik de leerlingen en de collega’s ga missen. Maar ach, er moet ook een keer een einde aan komen, toch?’ Hoe anders ligt dat bij Fred. ‘Ik ben er echt wel aan toe om te stoppen’, zegt hij. ‘De laatste tijd krijg ik last van mijn ogen en oren. En ik merk dat ik het contact met de kinderen kwijt raak. Mijn manier van werken past gewoon niet meer zo in deze tijd. Het is mooi geweest.’

Ontwikkelingen

Terugkijkend op die ruim 40 dienstjaren valt Fred op dat leerlingen in de loop der tijd steeds beschermder werden opgevoed, van alle kanten behoed werden voor vallen en zich minder zelfstandig inzetten voor hun eigen ontwikkeling. Nico en Yolanda delen die mening niet. ‘Kinderen op zichzelf zijn niet veranderd’, vindt de laatste. ‘Het is meer de technologische ontwikkeling die aan de basis van een andere werkelijkheid staat. De digitalisering heeft natuurlijk voordelen, maar zorgt met mobiele telefoons en social media ook voor veel meer prikkels van buitenaf. ‘Wij kunnen ermee omgaan, maar zelf zou ik er echt gek van worden’, vult Nico aan. ‘Heel veel mensen zitten maar continu op dat schermpje te turen…’

De ontwikkelingen hebben positieve én negatieve aspecten, zo vindt het drietal. Yolanda: ‘Het is niet tegen te houden en het hoort erbij. Al zie ik wel met lede ogen aan dat er voor andere dingen steeds minder tijd is. Voor de klassieke taal- en letterkunde en voor cultuur bijvoorbeeld. Wie kan het heden ten dage nog opbrengen om een drie uur durend toneelstuk te bekijken. Dat vind ik toch echt wel zonde!’ ‘Best bijzonder trouwens om te zien hoe snel dat allemaal is gegaan’, zegt Fred. ‘Je kunt je er toch geen voorstelling van maken wat dat voor de komende 10 of 20 jaar gaat betekenen als het in datzelfde tempo doorgaat!’

Nee, ze willen zeker niet zeggen dat alles vroeger beter was. Het is vooral anders geworden’, zegt Nico. En Fred: ‘Overzichtelijker misschien. Maar tegelijk op veel onderdelen ook minder heftig’. Zelf groeiden ze immers op in de tijd van de provo’s, de nozems, de flower-power en het verzet tegen alles wat autoriteit ademde. Die anarchie is er niet meer. En vanwege de goede onderlinge band tussen leerling en leraar is dat ook niet nodig. Gebrek aan respect voor docenten hebben ze al vele jaren niet meer gesignaleerd. Hun leerlingen zijn en waren bovendien doorgaans leuk en positief. Al sluiten ze de ogen ook niet voor de nieuwe werkelijkheid en uitwassen van deze tijd als ‘cyberpesten’, dat gevaarlijke vormen kan aannemen. 

Hoogtepunten en zo

Een hoogtepunt wil hij het niet noemen, maar voor Fred was de recente invoering van de verplichte rekentoets en het organiseren van de voorbereiding voor leerlingen daarop een ingrijpend en indrukwekkend project. ‘Daar hebben we het in onze vakgroep heel erg druk mee gehad’, zegt hij. ‘Maar het motiveerde mij persoonlijk enorm.’ ‘Bovendien was het een verstandige keuze’, vult Nico aan. ‘Ik was er echt een voorstander van. Het is een verarming dat mensen niet goed meer kunnen rekenen.’

Op Nico zelf maakten de invoering van de 2e fase in 1998 en de onderwijsvernieuwingen die daarmee gepaard gingen de meeste indruk. ‘Ik vond dat een heel interessante en spannende tijd’, blikt hij terug. ‘Het was na vele jaren zo’n enorme verandering dat het me altijd zal bijblijven. Voor mij een echt hoogtepunt.’

Yolanda kijkt met het meeste plezier terug op de vele culturele activiteiten, de excursies en de uitwisselingen waar ze bij betrokken was. ‘De dingen die voor de leerlingen ook hoogtepunten waren, maar waar we plezier en nut combineerden’. En Fred: ‘Heel leuk vond ik het jaarlijkse voetbaltoernooi bij Voorschoten ’97 waaraan we met de school deelnamen. We kwamen er altijd heel veel leerlingen tegen. Gezellig!’

Los van alle buitenschoolse activiteiten en bijkomende zaken kijken ze alle drie met heel veel plezier en voldoening terug op hun werk als docent. Ze hebben er veel goede contacten aan overgehouden, zowel met collega’s als met leerlingen. In hun woonplaats van waaruit doorgaans heel wat VLC-leerlingen afkomstig zijn, lopen ze geregeld bekenden tegen het lijf. Niet zo vreemd als je bedenkt aan hoeveel leerlingen ze in de loop der jaren les hebben gegeven. Dat getal gaat toch al snel richting de 2000.

Toekomst

Het vak van leraar is volgens het drietal in de loop der jaren veranderd, minder aantrekkelijk geworden. Vooral een kwestie van geld, zo vinden ze unaniem. In het verleden kon je meer tijd in leerlingen steken. De eisen die aan de techniek van het beroep worden gesteld en alles wat er aan verplichtingen en werk bijkomt, zorgen voor grote werkdruk. Niet zo vreemd maar toch ook wel zorgelijk dat het bij diverse vakken niet meevalt om docenten te vinden. Het aanzien van het beroep, het aanvangssalaris…, naar dergelijke zaken zou eens intensief gekeken moeten worden om de toekomst van goed onderwijs te helpen veiligstellen, vinden ze. 

Dan hun eigen toekomst. Hebben ze dáár plannen voor?

Nico: ‘Nee, nog steeds niet echt. Ik had al eerder kunnen stoppen, maar het feit dat ik bang was in een gat te vallen, heeft me er toen van weerhouden. Inmiddels zie ik daar niet meer tegenop. Ik denk dat ik wat vrijwilligerswerk ga doen of zo. Eerst maar eens uitgebreid vakantie ‘vieren’, daarna zie ik wel verder.

Fred: ‘Ik ga meer tijd besteden aan mijn kleinkinderen. Daarnaast wil ik in Voorschoten de plaatselijke politiek weer in. Eerder zat ik al eens in de gemeenteraad. Dat vond ik erg leuk. En ik blijf natuurlijk actief bij de organisatie van de voetbalvereniging waar ik zelf ook nog een beetje speel. Verder heb ik me voorgenomen me te gaan verdiepen in de historie van de stoommachine. Dat boeit me al heel lang.’
  
Yolanda: ‘Bijzondere voornemens heb ik niet. Dat wil zeggen: geen andere dingen dan ik gewend ben. Al denk ik dat ik wel weer ga leren en cursussen ga volgen. En verder natuurlijk nóg meer tijd vrijmaken voor alles wat met cultuur te maken heeft. Collega’s hoeven niet bang te zijn dat ik in de pauzes op de koffie kom. Wel heb ik toegezegd te willen assisteren, bijvoorbeeld bij mondelinge examens en bij de organisatie van werkweken. Maar alleen als de collega’s dat willen.

Hoe zit dat laatste met Fred en Nico? Zouden zij nog wel eens iets voor de school willen doen? Invallen bij ziekte bijvoorbeeld?

Fred: ‘Ja, maar alleen als het echt nodig is’; Nico (lachend): ‘Ik ook, maar wel op mijn eigen voorwaarden.’

Tot slot: Wil het drietal iets meegeven aan de achterblijvers of aan de school?

‘Nee hoor’, zeggen ze vrijwel in koor. ‘Het Vlietland College redt het ook zonder ons  wel!’  

                         

Augustus 2015

met Anton Nijssen, voorzitter bestuur Vlietland College.

‘Onze rol: Vooral expertise inbrengen en toezicht houden’
 

In het bestuur van een sportvereniging zul je zijn naam niet tegenkomen. En ook niet in een soortgelijke functie bij een politieke partij. Maar toen hij twee jaar terug gevraagd werd voor het bestuur van het Vlietland College, zei hij ‘ja’. Anton Nijssen stelde zich kandidaat en werd gekozen. Sinds september 2014 is hij voorzitter.

Het onderwijsveld heeft zijn bijzondere interesse. Dat blijkt onder meer ook uit zijn carrière. En dan met name uit de latere jaren daarvan. Na zijn studie kwam socioloog Anton Nijssen eerst elders terecht. Gedurende 12 jaar was hij directeur van Research voor Beleid, het destijds zelfstandige onderzoeksbureau voor de publieke sector. Bij het Kohnstamm Instituut waar hij vervolgens geruime tijd als directeur actief was, richtte hij zich op de onderzoeksdomeinen ‘Opvoeding’ en ‘Onderwijs’. Daar zou hij vervolgens – direct of indirect – tot op de dag van vandaag bij betrokken blijven.

Na zo’n 20 jaren leiding te hebben gegeven, ging hij in 2005 als zelfstandig adviseur aan de slag. In die hoedanigheid deed hij in binnen- en buitenland diverse projecten in het hoger onderwijs en elders binnen de ‘kennisindustrie’. Zo was hij onder meer op speciaal verzoek van burgemeester Jozias van Aartsen betrokken bij de vernieuwing van het The Hague Institute for Global Justice. Maar ook leidde hij een verbeteringsprogramma voor het speciaal onderwijs in de regio Twente. Momenteel is Nijssen onder meer als Hoofd Kennis & Educatie actief voor EP Nuffic, het expertise- en dienstencentrum voor internationalisering in het Nederlands onderwijs.

Geluk
Het Vlietland College lijkt geluk te hebben gehad met de kandidatuur van Anton Nijssen (61). Niet in de laatste plaats natuurlijk vanwege zijn ruime ervaring. Maar toch ook vanwege het feit dat hij precies op het juiste moment ‘in de buurt’ was. Pas sinds een paar jaar is hij namelijk in Voorschoten woonachtig. Daarvoor woonde hij met zijn vrouw en twee dochters lange tijd in Noordwijk. ‘Toen onze oudste dochter het huis uit ging, konden we wel met wat minder ruimte toe’, vertelt hij. ‘Bovendien wilden we – mijn vrouw werkt ook veel thuis – een aparte ruimte voor een kantoor. Onze voorkeur ging uit naar Leiden. Maar daar vonden we niet wat we zochten. Dat gebeurde wél in Voorschoten. We hebben er geen moment spijt van gehad. Dit dorp is schitterend en biedt alles wat je nodig hebt.’

Het feit dat hij op een steenworp afstand van het Vlietland College was gaan wonen, zal eraan bijgedragen hebben dat een kennis hem polste voor een bestuursfunctie bij de school. Nijssen: ‘Ik had al veel bestuurlijk werk in het onderwijs gedaan. Voornamelijk in het basisonderwijs overigens en ook bij de schoolbegeleidingsdienst in Lisse. Leuk en nuttig werk. Bovendien vind ik altijd dat je best een bijdrage mag leveren aan de maatschappij. Het is goed om van de ervaringen die je onder meer door je werk opdoet, iets terug te geven. Dat doe ik sinds enige tijd bijvoorbeeld ook door start-ups te begeleiden en te adviseren. Onbezoldigd ook; je hoeft immers niet overal iets aan te verdienen…’

Aanvulling
Nijssen bezocht het Vlietland College. De kennismaking beviel hem. Dus stelde hij zich kandidaat. Hij werd gekozen en binnen het 7 man/vrouw tellende bestuur korte tijd later tot voorzitter benoemd. ‘In het basisonderwijs ben ik destijds veel bezig geweest met schaalvergroting: kleine scholen werden binnen centrale organisaties ondergebracht om efficiënter en professioneler te kunnen werken’ zegt hij. ‘Veel scholen in het voortgezet onderwijs zijn daarvoor al groot genoeg. Zo ook het Vlietland College. Dat maakt dat de rol van bestuurders hier anders is. Voor de uitvoerende taken is de leiding van de school capabel genoeg. Wij kunnen daardoor meer als toezichthoudend orgaan functioneren. Wat natuurlijk niet wegneemt dat bestuursleden door hun expertise veel kunnen toevoegen. In ons bestuur zitten bijvoorbeeld mensen met kwaliteiten op het gebied van finance, human resources en onderwijskunde. Ikzelf heb veel ervaring in beleidskwesties en in overleg met overheden. Op die manier gelden we als een mooie aanvulling en sparringpartner voor de rector en de conrector.’  

Tevreden
Over het functioneren van de school als onderwijsinstituut is Nijssen meer dan tevreden. ‘We hebben de inspectie op bezoek gehad en een zeer positieve beoordeling gekregen’, zegt hij niet zonder trots. ‘En de eindexamenscores waren ook dit jaar weer uitstekend. Dat alles is uiteindelijk toch waar het om gaat. Al vind ik dat er meer is om blij mee te zijn. Bijvoorbeeld het feit dat we Mavo, Havo én VWO bieden en dat mede daardoor de doorstroming ‘omhoog’ of ‘omlaag’ altijd soepel geregeld kan worden. Maar wat mij ook heel erg aanspreekt, is het interconfessionele karakter. Dat brengt het beste samen van alles wat destijds in de verzuiling slechts naast elkaar kon functioneren. En verder ben ik als medewerker van AP Nuffic natuurlijk ook heel tevreden over wat het Vlietland College allemaal onderneemt op het gebied van internationalisering. De enorme hoeveelheid extra aandacht voor het Engels bijvoorbeeld. Maar ook de vele uitwisselingen met scholen in andere landen. Voor de toekomst en het carrièreperspectief van jonge mensen is dat heden ten dage van ontzettend veel belang.’

Kan het bestuur dan dus genoegzaam achterover leunen en wachten op de dingen die komen gaan?
Nijssen: ‘Nee, zeker niet. Er valt gerust nog wel wat doen. Zo neemt de school langzaamaan afscheid van wat financiële en personele problemen waarvan de oorzaak in het verleden ligt. Ik wil aan het eind van mijn termijn (over 2 jaar, red.) kunnen zeggen dat we financieel gezond zijn en dat van een stabiel personeelsbeleid sprake is. Maar we willen ons in overleg met de schoolleiding ook nadrukkelijk gaan bezighouden met het ontwikkelen van een meerjarenstrategie. Bijvoorbeeld met het oog op de zelfstandigheid van de school. Of het onderhoud aan gebouwen. Ik zeg niet dat er ingrijpende wijzigingen zullen komen, maar het zijn wel vraagstukken die je vóór moet zijn; als goed bestuurder mag je die natuurlijk niet op je laten afkomen met als gevolg dat je te laat bent als er ooit echt beslissingen genomen moeten worden…’

Tekst en foto: Harry Mos 

 

September 2014

met 'vertrokken' conrector Herman Koeners

‘Ik kijk terug op een rijk en gevarieerd werkzaam leven’


Niet minder dan zo’n 34 jaar in het onderwijs heeft de nu bijna 65-jarige Herman Koeners achter de rug als hij op 16 oktober afscheid neemt van het Vlietland College. ,,Drie jaar geleden had ik al mogen stoppen’’, vertelt hij. ,,Dat heb ik bewust niet gedaan, want ik vond het allemaal nog veel te leuk en interessant. Tot op het laatst ben ik bijna elke dag met groot plezier naar mijn werk gegaan…’’


Met ingang van dit schooljaar al is Herman Koeners niet meer in actieve dienst. Hij is inmiddels opgevolgd door Roelie Keizer. Niet dat hij nu ineens helemáál stilzit, want hij maakt nog wel de studiegidsen voor de (voor)examenklassen en hij begeleidt jonge docenten. Maar het echte werk zit er op. De gewezen conrector kijkt tevreden en voldaan terug op een rijk en ongelooflijk gevarieerd werkzaam leven, zo vertrouwt hij ons toe. ,,Slechts één moment herinner ik me waarop het niet goed ging. Dat was in 2000. Ik had toen veel te veel hooi op mijn vork en was vaak tot ’s avonds laat bezig. De lol ging er af en het voelde alsof ik hard op weg was naar een burn-out. Vanaf dat moment ben ik meer balans tussen werk en privé gaan brengen. Gelukkig kon dat en heb ik ook de laatste 14 jaar weer heerlijk kunnen werken.’’

Uitleggen

Voorbestemd om voor de klas te gaan was Herman bepaald niet. Hij groeide op in Delft. Zijn ouders hadden daar een kledingwasserij waarin hij geregeld moest meewerken. Het was in die tijd dat hij zich heilig voornam ooit een vak te zullen kiezen dat niet zo saai zou zijn. Na de middelbare school ging hij in Leiden scheikunde studeren. Even bleef hij wetenschapper. Hij promoveerde zelfs. Maar al na korte tijd kwam hij erachter dat zijn toekomst niet in laboratoria lag. ,,Ik was vooral ook verder gaan leren om uit militaire dienst te kunnen blijven’’, lacht hij. ,,Voor de wetenschap bleek ik niet zo in de wieg gelegd. Lesgeven werd uiteindelijk mijn echte passie. Misschien kwam het door een baantje dat ik tijdens mijn studie had bij de lerarenopleiding van de universiteit. Daar had ik weliswaar vooral met regelen en organiseren te maken, maar mogelijk ontstond daar wél het besef dat ik het ook heel leuk vond om dingen aan anderen uit te leggen. Veel van mijn leerlingen zullen het zich herinneren: ik ging altijd net zo lang door tot iedereen het begreep. Dat merken leerlingen en het helpt om hen enthousiast te maken.’’

Tot een jaar of vijf geleden gaf hij zelf les. Daarna ging hij fulltime in de leiding van de school. ,,Langzaamaan was ik er al steeds meer andere, veelal organisatorische dingen bij gaan doen’’, blikt hij terug. ,,Een kenmerk van mijn carrière; die afwisseling heeft me er altijd van weerhouden om elders te gaan werken. In 1981 begon ik bij het Lucas College in Voorschoten. Toen die school in 1990 met de voormalige Vlietschans samenging in het Vlietland College, was ik reeds adjunct-directeur. Bij de fusie ben ik dan ook nauw betrokken geweest. Verder maakte ik jarenlang samen met een collega de lesroosters (een enorm zware klus toen er nog geen computerprogramma’s voor waren), was ik plaatsvervangend rector, bemoeide ik me met de invoering van de ‘Tweede Fase’ (de onderwijsvernieuwing die vanaf 1998 in de bovenbouw plaatsvond, red.), was ik afdelingsleider van de HAVO en aanjager van allerlei ontwikkelingen waarvan we met elkaar vonden dat die de school, de medewerkers en de leerlingen ten goede kwamen. Op het laatst had ik nog maar 1 klas. Dat kostte me verhoudingsgewijs te veel tijd. Ook omdat ik er langzamerhand wel aan toe was, ben ik toen met lesgeven gestopt.’’

Tweede man
Hoogtepunten…, zijn leven in het onderwijs kent er vele. Hij noemt nogmaals de fusie. ,,Ik vond het een geweldig mooie klus om van twee scholen een geheel te maken. Culturen samenvoegen, neuzen dezelfde kant op zetten, mensen laten samenwerken…, dat soort zaken. Het is mooi binnen zo’n schoolgemeenschap alles en iedereen met elkaar te verbinden. Zo heb ik ook aan de basis gestaan van heel veel leerlingencommissies, waarvoor we ooit overigens – en daar ben ik nog steeds heel trots op – de onderwijsprijs van de provincie hebben gekregen. Als school moet je niet alles van bovenaf willen opleggen, vind ik. Door leerlingen serieus te laten meedenken, vergroot je de saamhorigheid. Op die manier is ook het idee voor een stilteruimte voor leerlingen ontstaan. Maar je moet er bij alles voor waken dat het niet bij mooie plannen blijft. Iemand moet de schouders eronder zetten, de uitvoering ter hand nemen. Juist dat vond ik altijd heerlijk om te doen. Het is om die reden dat ik nooit moeite heb gedaan om rector te worden. Uitsluitend managen bevredigt mij niet. Ik ben een echte ‘tweede man’, wil graag meedenken maar ben ook een doener. Weten wat je wilt en dan de hand aan de ploeg. Waarmaken wat je belooft. Al zullen sommigen me best wel eens een drammer hebben gevonden…’’
Ook aan het contact met de leerlingen bewaart Herman goede herinneringen. Al kwamen ze natuurlijk lang niet altijd met de mooiste verhalen zijn conrectorskamer binnen. ,,Dan waren ze bij een collega uit de les gestuurd en moesten ze zich bij mij melden. Ik vond het dan belangrijk om op een volwassen manier het gesprek aan te gaan. Zeker met leerlingen van de bovenbouw. Daar nam ik de tijd voor. Het gaf me voldoening om ze – al dan niet voorzien van strafwerk – met een goed gevoel de deur uit te laten gaan… Iets anders wat ik echt heel leuk vond, waren de diploma-uitreikingen. Dat deed ik vele jaren voor de HAVO. Fantastisch om zo’n aula vol trotse ouders en gelukkige leerlingen te mogen toespreken.’’

Sabbatical

Rustiger tijden breken nu aan voor Herman. Zal hij de school en zijn werk missen? Heeft hij plannen om de vrijgekomen tijd nuttig in te vullen? ,,Ik denk nu dat ik eerst eens een tijdje helemaal niks ga doen’’, zegt hij. ,,Een soort ‘sabbatical’. Bang om in een gat te vallen, ben ik niet. Er liggen stapels boeken en dvd’s te wachten. Lezen en films kijken, vind ik heerlijk. Maar ik heb er nooit echt tijd voor gemaakt. Verder neem ik me voor om veel te gaan wandelen en fietsen. En natuurlijk leuke dingen doen met vrienden en familie. We hebben drie kinderen en inmiddels ook drie kleinkinderen. Die kunnen we nu ook wat vaker gaan zien. Of ik bij dat alles het werk ga missen, zal ik moeten ervaren. Maar ik denk dat het meevalt. Het afgelopen jaar ben ik al wat aan het afbouwen geweest en heb ik wat stapjes terug gezet.’’

Hij is enthousiast over de manier waarop zijn opvolgster de zaken oppakt. Dat maakt dat hij de school met een gerust hart achterlaat. Maar hij vertrekt ook met een gevoel van trots. Herman: ,,Er is veel waar op de een of andere manier de hand van Koeners in zit. Ik hoop dat ze van alles nog heel lang gebruik zullen willen maken. Al besef ik natuurlijk ook dat tijden veranderen en dingen er op termijn niet meer zullen zijn. Dat is logisch en daar heb ik vrede mee. Het belangrijkste wat ik aan gedachtengoed aan de school wil meegeven is: ‘Zorg dat je met elkaar een eenheid blijft. Natuurlijk, discussie mag er zijn en met argumenten moet je elkaar overtuigen. Maar je bent het meest effectief en succesvol als iedereen zich achter de gekozen richtingen schaart en er samen voor wil gaan.’’

Interviews schooljaar 2013-2014

Decanen Willy van Rooijen en Anneke van Berkel
Afdelingsleider Peter Muires