Vlietland Model

Het Vlietland Model 2.0

De kern: de vorige les afronden en verbinding maken met ‘oude stof’, leerlingen in de les actief aan het leren zetten. De Fases op een rij

Fase 0: Begin van de les
De docent ontvangt de leerlingen (de ‘gastheerfase’). De lesplanning komt op het bord, zo mogelijk ook al de leerdoelen. De leerling bereidt de les voor: hij pakt huiswerk en lesstof voor zich en controleert: heeft hij de lesstof van de vorige les succesvol afgerond? Heeft hij nog vragen?

Het kan zijn dat de docent de ruimte biedt opgegeven leerwerk te herhalen als voorbereiding op fase 1.

Fase 1: Toetsing van het opgegeven schoolwerk
De docent zorgt dat het geleerde en gemaakte werk wordt gecontroleerd. De leerling verzekert zich ervan dat hij zich alle stof van de vorige les GOED heeft eigengemaakt.

Toetsing kan in allerlei vormen plaatsvinden: klassengesprek, vragenronde, huiswerkcontrole, bespreken van alle of een deel van de opdrachten, na laten kijken met antwoordvellen en/of in groepjes, mondelinge beurten, schriftelijke overhoringen.

Fase 2. Instructie over inhoud en aanpak
De docent zorgt dat leerlingen voorkennis ophalen. Legt de onderdelen van de lesstof uit waarvan hij dat gewenst acht. Bespreekt leerdoelen en/of leervragen. De leerling is actief! Hij volgt alle uitleg, maakt aantekeningen waar nodig. Controleert of hij begrijpt wat er uitgelegd wordt en wat er van hem verwacht wordt. Stelt leervragen.

Het is belangrijk dat aan het begin van de instructie een brug wordt geslagen naar eerder geleerde stof. Streven is zo veel mogelijk de leerling zélf antwoorden te laten zoeken en zo mogelijk ook zichzelf (leer)vragen te laten stellen. Natuurlijk zal lastige stof ook uitgelegd worden in dit deel van de les; belangrijk is dat leerlingen dan wel betrokken zijn bij de uitleg.

Deze fase eindigt met duidelijke instructie voor de rest van de les en thuis.

Fase 3. Verwerkingsfase
De docent is verantwoordelijk voor de leersituatie die aansluit bij de opdracht. Zijn eisen aan het werken moeten duidelijk zijn, denk aan de volledige instructie* . Hij zorgt dat het te maken werk op het bord staat, en de leerdoelen. Hij bepaalt of wel of niet overlegd mag worden. Hij bepaalt bij groepswerk de kaders qua rollenverdeling en samenstelling. Hij stimuleert de leerlingen problemen eerst zelfstandig aan te pakken, (door) de juiste vragen te stellen. De leerling is actief bezig met leren en maakt zichzelf de stof eigen.

In deze fase leert de leerling én past hij toe. ‘Lezen, leren en begrijpen’ gaat vooraf aan 'maken'. Aandacht voor dat leerproces, manieren om het aan te pakken, en diepgang bij het leren is belangrijk (OBIT in de les). Het persoonlijk leerlingen begeleiden in hun leerproces is heel belangrijk en hoort in deze fase.

Verschillende werkvormen kunnen worden ingezet: individuele opdrachten, samenwerkend leren, activerende werkvormen** , practica. Dit is ook de fase van de les waarin gedifferentieerd kan worden: verschillende leerlingen kunnen op verschillende manieren aan het werk, de docent kan met een klein groepje verder, etc. De docent kan aangeven welk deel van de stof in de les af moet zijn.

Fase 4: Afronding en Evaluatie
De docent sluit de les af door kort te herhalen wat geleerd is. Hij controleert of leerdoelen en thuiswerk duidelijk zijn. De leerling controleert of hij weet wat er van hem verwacht wordt en of hij thuis de opgegeven lesstof (af) kan maken. Beantwoordt eventuele vragen van de docent.

Het bespreken wat in de les gedaan is kan naar aanleiding van een opdracht, of door een vraag over de stof te (laten) stellen. Het is goed om stil te staan bij hoe de les verlopen is, en zo af te sluiten.

N.B. 1: Het is mogelijk dat de fases van instructie en zelfstandig werken omgewisseld worden, en/of een aantal maal herhaald in een les, dan ook met een moment van bespreking.
N.B. 2: Ook vragen over en controle van het huiswerk kunnen tijdens deze fase aan bod komen; de rest van de klas kan dan aan het werk.
N.B. 3: Streven is maximaal 15 minuten thuiswerk tussen twee lessen voor een vak.

*Een volledige instructie bestaat altijd uit de volgende zes onderdelen: Wat moet je doen?, Hoe moet je dat aanpakken?, Hulp, bij wie en waar? Tijd, hoeveel krijg je?, Uitkomst, wat doen we ermee?, Klaar, wat ga je doen?
​**Voor docenten van het Vlietland College is een lijst van activerende lesvormen aanwezig (personeelssite, downloads, onderwijs).